Mensenrechten | Persvrijheid

Shell-Nigeriazaak-in-Den-HaagSpiedende ogen die alles in de rechtszaal volgen. Voor de een is het een must, voor de ander een gruwel. Al heel lang zorgt het thema voor een spanningsveld tussen de journalistiek en de rechtspraak. In feite zijn de mensenrechten – en daarmee de persvrijheid – in het geding. De rechtspraak is immers openbaar.

Openbaar betekent ’vrij toegankelijk voor het publiek’. Tussen publiek en pers mag geen onderscheid worden gemaakt. Nader beschouwd mag tussen de schrijvende en de camerapers evenmin verschil bestaan.

Persrichtlijn
Sinds 2007 is er de Persrichtlijn. Daarin zijn de afspraken tussen de pers en de rechtbanken vastgelegd bij het opnemen en uitzenden van rechtszaken. Met de update van 1 maart 2013 is het verschil tussen de schrijvende pers en de camerapers nog verder verkleind.

Samengevat luiden de nieuwe afspraken:

Tijdens de zitting mogen beeld- en geluidsopnamen worden gemaakt van de professionele procesdeelnemers (3.6.2).


Mooi is de nadruk die wordt gelegd op rechters en officieren van justitie ‘van wie het functioneren nu juist het onderwerp van controle van de pers vormt’ 


De rechter zal het belang van de openbaarheid altijd afwegen tegen andere belangen, zoals een goede rechtspleging of waarheidsvinding, de privacy van de procesdeelnemers, een ordelijk verloop van de zitting en de veiligheidsaspecten (3.8). Juist deze punten kunnen aan de arbitrage van de rechter zijn onderworpen. De beslissingen zal hij of zij steeds motiveren. Ook vallen hieronder het belang van de goede zeden, de openbare orde of staatsveiligheid en bij minderjarigheid van de procesdeelnemers. Daarom zal er altijd toestemming moeten worden gevraagd voor het filmen van zogenaamde niet-professionele procesdeelnemers zoals verdachten, slachtoffers van een misdrijf, getuigen en deskundigen. Zij zullen zich door de aanwezigheid van de audiovisuele pers geremd voelen vrijuit te spreken, of kans zien via hen een podium te creëren (toelichting bij 3.1.-3.10).

Professionele procesdeelnemers mogen altijd worden gefilmd. Dat zijn rechters, griffiers, officieren van justitie, advocaten, vertegenwoordigers van overheidsinstanties en de bestuursrechtspraak, deurwaarders en medewerkers van de kinderbescherming en de reclassering. Mooi is de nadruk die wordt gelegd op rechters en officieren van justitie “van wie het functioneren nu juist het onderwerp van controle van de pers vormt”. Ook is bepaald dat publiek in de zaal of andere delen van het gerechtsgebouw niet mag worden gefilmd.

Winstpunt is het mogen opnemen van de stem van de verdachte(n). Het maken van filmbeelden van de verdachte(n) blijft verboden, tenzij hij of zij er geen bezwaar tegen heeft herkend te worden.

Ander winstpunt: de mogelijkheid (delen van) de zitting rechtstreeks uit te zenden (3.7) en het maken van opnamen buiten de zittingszaal, bijvoorbeeld op andere plaatsen in het gerechtsgebouw, aangewezen door de afdeling communicatie van het gerechtsgebouw.


Uitgangspunt voor verzoeken tot filmen moet zijn ‘Ja, mits…’ dus met welwillendheid als basis. Mits de filmer rekening houdt met de gerechtvaardigde belangen van de gefilmde(n) 


Maatwerk
Belangrijk voortvloeisel van die Persrichtlijn is dat die ruimte biedt voor maatwerk, aanknopingspunten voor afspraken tussen de media- en justitiële vertegenwoordigers. Iedere rechtszaak is immers anders. Op verzoek kan de rechter besluiten dat bepaalde getuigen onherkenbaar blijven. Bij sommige zedenzaken en wanneer er minderjarigen in de rechtszaal zijn, worden als vanouds de deuren gesloten, ook voor de camerapers.

Op de vingers gekeken
Niet iedereen is blij met de komst van die camera’s. Rechters en partijen voelen zich op de vingers gekeken, vooral advocaten. Rechters en officieren van justitie kunnen niet verlangen buiten beeld te blijven of dat hun stem niet wordt opgenomen. De rechtspraak is openbaar en zij die daar deel van uitmaken ook – feitelijk zijn zij die rechtspraak. Andere niet tot de rechtspraktijk behorende deskundigen zoals jeugdzorgers, artsen, getuige-deskundigen en voogden kunnen de rechter of de aanwezige camerapers verzoeken buiten de opnamen of uitzending te blijven.

'Iemands privacy bewaken is geen taak voor de rechter'

‘Iemands privacy bewaken is geen taak voor de rechter’

Korthals Altes: partijen regelen privacy zelf
Over het wel of niet herkenbaar laten filmen van verdachten of partijen in civiele zaken zijn rechters verdeeld. Vice-president van de Amsterdamse rechtbank mr. Willem Korthals Altes vindt dat de rechter daarin geen stem heeft. “Verdachten of partijen in een zaak zijn zelf verantwoordelijk voor hun privacy. Ze moeten dat zelf of via hun advocaat laten regelen.”

Het Wildersproces
Belangrijke aankeiler voor de nieuwe versoepelde Persrichtlijn is het proces van Geert Wilders in oktober 2011 geweest. Door de aanwezigheid van een arsenaal aan camera’s in de rechtszaal kon iedereen in Nederland en daarbuiten de inhoudelijke behandeling van het proces volgen en kreeg Geert Wilders het podium waarom hij vroeg.

Naar aanleiding daarvan heeft de Commissie Van Rooy het rapport “Rechtspraak in beeld” uitgebracht. Daaruit blijkt onder meer dat de maatschappelijke behoefte aan openbaarheid en toegankelijkheid is toegenomen en dat video-opnamen van rechtszaken het vertrouwen in de rechtspraak kunnen vergroten. Ook vindt de commissie dat alle rechtbanken de Persrichtlijn van de Raad voor de Rechtspraak uniform moeten toepassen. Het uitgangspunt voor verzoeken tot filmen moet zijn “Ja, mits…” dus met welwillendheid als basis. Mits de filmer rekening houdt met de gerechtvaardigde belangen van de gefilmde(n). Ook pleit de commissie ervoor delen van zittingen in geruchtmakende zaken die onder de Persrichtlijn niet gefilmd zouden mogen worden, toch te filmen of live uit te zenden.

Raad gaat zelf beelden uitzenden
Vorig jaar al kondigde mr. Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak aan dat de Raad nu ook zelf rechtstreekse beelden van rechtszaken gaat uitzenden via internet. In sommige rechtszalen worden voor dat doel camera’s geïnstalleerd. Er zijn advocaten die daar niet op zitten te wachten. Verdachten en getuigen, maar ook slachtoffers, kunnen gemakkelijker worden herkend. Toch blijkt uit discussies in de juridische praktijk dat er voor rechterlijke uitspraken meer verantwoording moet worden afgelegd en ook voor het juridische functioneren in het algemeen. Het brede publiek moet de gelegenheid krijgen de rechtsgang beter te begrijpen, zo is de redenering.

De pers heeft hierin een belangrijke taak.

Rechtb-smal

Bewerken